Coaches geven geen advies, toch? – ‘dansen in de schaduw’

Een veelgehoorde uitspraak binnen het coachvak is dat coaches geen advies horen te geven. Wanneer dat toch gebeurt, wordt vaak gezegd dat de coach “even de coach-pet afzet”. Maar waar komt deze opvatting eigenlijk vandaan? En klopt het wel dat advies geven per definitie buiten coaching valt? Op het 17e wetenschappelijk symposium gaan we vanuit de commissie Begeleidingskunde in een workshop in op dit onderwerp. 

Een begeleidingskundige is een professional die individuen, teams of organisaties begeleidt op leer- en ontwikkelingsvragen ​(Ronde, 2015)​ . Vanuit dat perspectief kijken wij naar coaching, om te onderzoeken wat wij als coaches van andere vakgenoten kunnen leren. Eén van de dingen die ons dan opvalt is dat we als coaches terughoudender zijn dan onze vakgenoten als het gaat om advies geven. Daarom diepen we dit onderwerp verder uit. 

Je merkt het vast weleens in je eigen praktijk, je stelt de goede vragen, luistert, creëert een veilige omgeving voor je coachee, maar deze komt simpelweg niet verder. Alle vezels in je leef schreeuwen, ‘help die man of vrouw nou gewoon even verder door te vertellen hoe het moet’. En misschien heb je hier weleens aan toegegeven en gemerkt dat dit verbazingwekkend goed werkte. Je coachee kwam erdoor in beweging en jij kon weer terug achteroverleunen en je coachee verder helpen met vragen en luisteren. Was dit advies dan ‘verkeerd’?

Vooruitlopend op het symposium op 19 november a.s. onderzoeken we wat hierover bekend is vanuit coaching-specifieke literatuur en andere begeleidingskundige vakgebieden. Vervolgens verkennen we samen waar de grenzen liggen: wanneer kan advies helpend zijn, wanneer wordt het problematisch, en hoe kun je dan als coach in de praktijk het beste omgaan met het geven van advies? 

We schreven een artikel over inzichten die we opdeden uit wetenschappelijke literatuur.

Praktijkvoorbeeld:
Het omgekeerde heb je misschien ook weleens ervaren. Je geeft een coachee een goedbedoeld advies (‘hoe verkeerd kan dat nou zijn?’), de volgende sessie vraagt de coachee weer om advies en je geeft dat. Zonder dat je het door hebt gehad merk je op den duur onrust in je lijf, omdat jij steeds harder gaat werken en je coachee lekker achterover zit. En wellicht merkt deze zelfs wel op dat hij zich minder goed geholpen voelt.

We onderzochten onderzoek naar coaching, onderzoek naar andere begeleidingskundige vakgebieden en een aantal veelgebruikte coaching methodieken. Opvallend daarin is dat we de letterlijke uitspraak dat coaches geen advies geven tot nu toe in deze literatuur niet hebben teruggevonden. Wat we wel tegenkwamen waren enkele specifieke procedures voor het geven van advies en informatie. Ontzettend interessant zijn de meer recente onderzoekslijnen waarin niet zo zeer wordt onderzocht of coaching effectief is, maar waar gekeken wordt naar wat coaching nu eigenlijk effectief maakt. Daarin zien we opvallend genoeg terug dat het (kunnen)geven van goede adviezen en suggesties ook onderdeel uitmaakt van een effectief coach-repertoire. 

Als we kijken naar bredere begeleidingskundige praktijken dan krijgen we een goed beeld van wat wel belangrijk is, en dat is autonomie. In tal van vakgebieden wordt steeds meer bekend over de positieve invloed van het ondersteunen van iemands autonomie wanneer we die persoon willen helpen. Je zou misschien zelfs kunnen zeggen dat we daarin als coaches vooroplopen. Het zou zomaar eens kunnen dat de gedachte dat coaches geen advies geven hier vandaan komt. Immers kan het geven van advies iemands autonomie ondermijnen, zeker wanneer dit (te) veel gebeurt en iemand van jouw advies afhankelijk wordt. 

Hoe ga je hier dan goed mee om als coach? 

Een paradoxale manier van kijken kan hierop een antwoord geven. Bij paradoxaal leiderschap gaat het bijvoorbeeld over de paradox van faciliteren en controleren ​(Meyer & Meijers, 2018)​ of ruimte geven en richting geven. Zomaar twee suggesties van polariteiten waar je als coach dicht in de buurt komt als het gaat om advies geven. Het denken in polariteiten is al zo oud als de mensheid zelf.

Zo wordt de tegenstelling tussen dag en nacht en hoe die in relatie tot elkaar betekenis krijgen, al geïntroduceerd in de eerst zinnen van het meest gelezen boek ter wereld, de bijbel (De Nieuwe Bijbelvertaling, 2021)  en ook bij onze kinderen brengen we dit vroeg bij (Nederhorst, 2023). De klassieke valkuil bij het omgaan met de spanning tussen twee polariteiten is een absolute keuze maken voor één van beide polen (goed en fout). Maar zoals je zonder dag geen nacht hebt, ligt de beste manier van omgaan met een polariteit ook zelden aan één kant. (De Nieuwe Bijbelvertaling, 2021)​ j ​(Nederhorst, 2023)​ Maar Met een paradoxale bril op erken je beide zijden van een polariteit, inclusief alle moois en de schaduwkanten die daarbij horen. Zo leer je bewust bewegen tussen beide polen, kies je situationeel voor meer van het één en minder van het ander of zoek je naar win-win oplossingen waarin je het beste van beide werelden samenbrengt ​(Heijltjes, 2024)​ ​(Brughmans & Derom, 2019)​. Het omgaan met polariteiten vraagt dus om te leren dansen in de schaduwen. 

De vragen die dit oproept voor ons als coaches: 

  • Hoe zien de polariteiten eruit voor een coach tijdens het uitoefenen van het vak? 
  • Wanneer en hoe pas je deze polariteiten bewust toe tijdens de coaching? 
  • Wanneer weet je dat je te veel aan de ene of andere kant zit? 
  • Welk gevoel roept het woord controleren eigenlijk bij je op? 

Als er één ding uit het voorgaande duidelijk is, is dat hier geen goede of foute antwoorden op zijn. Dat betekent dat voor de individuele coach hierin ruimte (en dus ook noodzaak) is om dit thema voor jezelf te verkennen, er een visie op te vormen en daarnaar te handelen. 

Als commissie Begeleidingskunde merken we dat dit proces ons alle vier aan het reflecteren heeft gezet op dit onderwerp. Daar hopen we jou ook toe aan te zetten zodat we elkaar kunnen stimuleren om samen tot een gedragen visie te komen die ons vak verder professionaliseert. Daarom hopen we je te ontmoeten tijdens onze workshop op het 17e wetenschappelijk symposium, 19 november a.s. waarin we je meenemen in de wetenschappelijke achtergrond , en vooral samen vanuit de praktijk gaan verkennen hoe je als coach met deze paradox kan omgaan.

Wil je bij de 17e editie van het NOBCO Wetenschappelijk Symposium zijn? Meld je dan nu nog aan.

 

Commissie begeleidingskunde 

De commissie begeleidingskunde houdt zich bezig op het snijvlak van coaching en andere vormen van begeleidingskunde (zoals trainen, organisatiebegeleiding en hulpverlening). Daarmee brengen we kennis en inzichten van buiten naar binnen om coaches te helpen hun blik te verruimen en zich verder te ontwikkelen. 

Bronvermelding:

Boyatzis, R., Ehasz, S., Liu, H., & Oosen, E. v. (2025). A Qualitative Study of Competencies of Coaches That Predict Client Behavior Change. The Journal of Applied Behavioral Science, pp. 1-27. 

Boyatzis, R., Liu, H., Smith, A., Zwygart, K., & Quinn, J. (2023). Competencies of coaches that predict client behavior change. The Journal of Applied Behavioral Science, pp. 1-31. 

Brughmans, I., & Derom, S. (2019). Pardoxaal Coachen. Amsterdam: Boom uitgevers. 

De Nieuwe Bijbelvertaling. (2021). 

Gavin, J., Bernardi, N., Thomas, E., & Chacra, J. (2025). What do coaches say? A preliminary investigation of coaches verbal behaviours. International Journal of Evidence Based Coaching and Mentoring Vol. 23(1), pp. 188-204. 

Heijltjes, M. (2024). Over moed gesproken: Reflecties op je eigen leiderschap. Culemborg: Van Duuren Management. 

Meyer, R., & Meijers, R. (2018). Leadership Agility. New York: Routledge. 

Nederhorst, G. (2023). Woezel & Pip, groot en klein. Mijdrecht: Dromenjager publishing B.V. 

Ronde, M. d. (2015). Begeleidingskunde als innovatie. Tijdschrift voor begeleidingskunde.