Voor coaches
Vind een coach
Voor partners
Nieuws & Inspiratie
Over NOBCO
Synergie tussen coachen en andere begeleidingsvormen
In 2026 zijn we als commissie begeleidingskunde een verkenning gestart naar de synergie tussen coachen en andere begeleidingskundige beroepen. Het blijkt namelijk dat veel coaches ook ander begeleidingskundige rollen hebben. Daarom vragen wij ons af: Waar versterken deze elkaar en wat kunnen wij als coaches van andere begeleidingsvormen leren? In dit artikel delen we onze bevindingen over de synergie tussen trainen en coachen. Over dit thema hebben we een ronde tafel bijeenkomst georganiseerd op 10 maart jl. Je vindt hier het verslag van deze bijeenkomst. Vervolgens hebben we de resultaten van deze bijeenkomst met elkaar besproken en bediscussieerd en hebben we de meest interessante invalshoeken verder verkend met literatuur.
Het beeld van trainen wat we tegenkwamen tijdens de ronde tafel is dat een trainer bepaalt wat een deelnemer moet leren en wat het te volgen programma is. Dat strookt echter niet met de praktijkervaring van de aanwezige trainers in deze ronde tafel. Dit hebben we verder uitgezocht. De beroepsvereniging voor trainers (NOBTRA) heeft een ethische code gelijkend op die van NOBCO. Ook deze begint met een pre-ambule (zie kader). De overeenkomsten met die van NOBCO zijn moeilijk te missen.
Ook in trainingen wordt dus vaak meer non-directief gewerkt op een manier die veel met coachen gemeen heeft. Dit wordt gedaan om de persoonlijke ontwikkeling van trainingsdeelnemers te stimuleren.
Trainers die zowel trainen als coachen zijn vaak actief op het gebied van persoonlijk leiderschap, communicatie, leiderschap en persoonlijke ontwikkeling. In deze trainingen bepalen deelnemers zelf hun leerdoelen en biedt de trainer een programma en oefeningen aan die daarop zijn afgestemd. De deelnemer zelf blijft in regie over het eigen leerproces. Wat deze vorm van trainen gelijk heeft met coachen is dus dat ook hier non-directief begeleid wordt. In die overlap kunnen trainers en coaches vermoedelijk veel van elkaar leren.
De NOBTRA gaat er van uit dat de Trainee zelf het beste weet wat goed voor hem/haar is zowel in zijn privé als in zijn professioneel bestaan zelf. Op basis van zijn eigen afwegingen kan de Trainee beslissen wat hij wel of niet wil leren. Dientengevolge is de Trainee ook zelf verantwoordelijk voor de keuzes die hij/zij maakt en is hij/zij in persoon aanspreekbaar op zijn gedrag.
De NOBTRA gaat er van uit dat de Trainee en Trainer gelijkwaardig zijn; beiden zijn unieke en complete mensen vol mogelijkheden.
Tijdens trainingen hebben de leerdoelen van de Trainee prioriteit.
In trainingen kan sprake zijn van een mengvorm waarin de trainer een programma aanbiedt rondom een thema (zoals leiderschap, trainen, coachen of communicatie). Binnen dat programma is ruimte voor de leerdoelen van deelnemers zelf en kan het programma daarop worden aangepast. Een trainer weet niet per sé meer dan de deelnemers. Bij lesgeven (doceren) is dat echter anders. Docenten werken volgens een door een opleiding vastgesteld curriculum en eindtermen waar een student aan moet voldoen. De docent stuurt en begeleidt de student richting het behalen daarvan.
Het viel ons op tijdens de ronde tafel dat coaches soms erg stellig zijn in het absoluut nooit geven van advies en soms zelfs alleen het aanbieden van een model al zien als advies geven of sturen. Als we kijken naar de literatuur dan zien we dit veel minder stellig terug.
Waar het in coaching om gaat is de instandhouding van de autonomie van de coachee en het non-directief begeleiden (Rogers, 1980) (Nieuwerburgh, 2020). In motiverende gespreksvoering is bijvoorbeeld zelfs een procedure beschreven voor het aanreiken van informatie en suggesties (Miller & Rollnick, 2012, pp. 159-184). Miller & Rollnick stellen hier dat het soms nuttig is om advies of informatie te geven. Als een coach dit doet is het goed hier eerst toestemming voor te vragen, zo mogelijk meerdere adviezen te geven en vervolgens de keuze om er al dan niet iets mee te doen nadrukkelijk terug te leggen bij de coachee. Als je nu als coach tegen jezelf zegt ‘ik mag geen advies geven’, dan zou je er eens over na kunnen denken of je daar wellicht iets genuanceerder naar wil gaan kijken.
Zowel coaches als trainers zijn expert waar het gaat om het begeleiden van gedragsverandering en het ontwikkelen van zelfkennis. Die kennis inbrengen in een training of coaching is vaak één van de argumenten waardoor de coachee voor jou kiest of waarvoor je als trainer gevraagd wordt. Waar het vooral om gaat is om niet sturend of adviserend te worden in wat de coachee of deelnemer daar vervolgens mee doet. Dat is wat ons betreft de essentie van non-directief begeleiden.
Eén van de belangrijkste overeenkomsten tussen trainen en coachen is dat zowel de trainer als coach een sfeer van vertrouwelijkheid, veiligheid en verbinding creëert. In coaching kan gesteld worden dat drie dingen belangrijk zijn: coachvaardigheden, het coachproces en de coachende manier van zijn (Nieuwerburgh, 2020). Met een coachende manier van zijn doelt van Nieuwerburgh op wat in de humanistische psychologie ‘way of being’ wordt genoemd (Rogers, 1980). Het gaat hierbij over oprechtheid, onvoorwaardelijke acceptatie en empathisch begrip richting de coachee of deelnemer. Uit onze ronde tafel blijkt dit voor zowel trainen als coachen een belangrijke rol te spelen en ook volgens Rogers is dit niet alleen in therapie relevant maar in alle vormen van begeleidingskunde.
In de ronde tafel viel op dat we veel verschillen tussen trainen en coachen konden opnoemen maar vervolgens in de bespreking moesten concluderen dat dit toch geen échte verschillen waren. Een paar voorbeelden:
Synergie tussen trainen en coachen We hebben nu een aantal verschillen en overeenkomsten tussen trainen en coachen uiteengezet. Waar zit dan de synergie en wat kunnen deze beroepsgroepen van elkaar leren?
Uit de ronde tafel kwamen onder meer een paar interessante mengvormen. Troachen is het combineren van training en coaching, ontwikkeld bij GITP als een vooral één op één begeleidingsvorm waar coachsessies worden afgewisseld met trainingen, vaak met acteur. Groepscoaching is coaching met groepen in plaats van één op één, waarbij deelnemers met vergelijkbare coachvragen samen deelnemen aan coaching, zonder een werkrelatie met elkaar te hebben. Onder coaches in Nederland, aanwezig in de ronde tafel bleek deze vorm nog weinig bekend te zijn (zie voorbeeld in kader), maar bij EMCC wordt er regelmatig aandacht aan gegeven.
Sinds twee jaar begeleid ik meerdere keren per jaar een groepscoachingstraject van acht weken, gericht op het stoppen met roken en vapen. Dit programma is wetenschappelijk onderbouwd en ontwikkeld door Sinefuma, een organisatie met ruime expertise op het gebied van leefstijlverandering en gedragsbegeleiding.
Als coach faciliteer ik deze bijeenkomsten volgens een gestructureerd en bewezen effectief programma. Tegelijkertijd krijgt elk traject een unieke invulling, gevormd door de motivatie, ervaringen en het onderlinge vertrouwen van de deelnemers. Juist deze groepsdynamiek speelt een belangrijke rol in het succes van het traject.
Mijn manier van coachen is gebaseerd op motiverende gespreksvoering. Hierbij staat centraal dat deelnemers zelf onderzoeken wat voor hen écht belangrijk is en welke drijfveren hen helpen om blijvend te stoppen. Door bewustwording, persoonlijke doelen en onderlinge steun ontstaat er ruimte voor duurzame gedragsverandering.
-Audrey Penders
Lid commissie begeleidingskunde
Trainers en coaches kunnen elkaar versterken door op het juiste moment te schakelen tussen de twee interventies coachen en trainen.
Door deze vier punten aandacht te geven en toe te passen tijdens coachgesprekken of trainingen dan kom je tot de synergie, ook wel ’troachen’ genoemd.
Van ‘geen advies geven’ naar ‘non-directief begeleiden’. Coaches kunnen zich mogelijk wat meer vrijheid permitteren door de filosofie van ‘non-directief begeleiden’ te omarmen in plaats van zoals we in de ronde tafel zagen de instructie van ‘geen advies’ of ‘alleen vragen stellen’ aan te houden. Mogelijk zijn er meer coaches die dit bij zichzelf herkennen en er iets mee willen. Over dit thema publiceren we binnenkort een los artikel.
Coaching is niet per definitie één op één. Er blijken veel verschillende vormen van begeleiden te zijn waarin de ontwikkeling en de eigen doelen van de deelnemer centraal staan, zoals bij het klassieke coachen. De door NOBCO gehanteerde definitie van coachen (Pre-ambule IEC) kan echter ook heel goed gelden in groepssituaties, met name teamcoaching en groepscoaching. In teamcoaching wordt gewerkt met een groep die op dagelijkse basis als team samenwerkt in een organisatie. Het doel is dan bijvoorbeeld het verbeteren van samenwerking en teamprestaties. Bij groepscoaching wordt gewerkt met een groep individuen die normaliter niet als team werken, maar wel vergelijkbare ontwikkeldoelen hebben. Deze mensen hoeven elkaar vooraf niet te kennen. Veel trainingen rondom persoonlijke ontwikkeling en communicatie zouden kunnen voldoen aan de definitie van groepscoaching.
Onze verkenningstocht over wat we kunnen leren van de bredere begeleidingskundige praktijk gaat verder. Op 9 juni hebben wij een ronde tafel over een ander begeleidingskundig beroep georganiseerd, namelijk de verandermanager. Waar zitten hier de overeenkomsten en verschillen met professionele coaching en waar zit de synergie? Op deze pagina kun je het verslag vinden.
Wil je bijdragen aan de commissie Begeleidingskunde, heb je ideeën of een voorstel welke snijvlakken nog meer interessant kunnen zijn om te verkennen, neem dan contact op met de commissie via Floor Waterreus floor.waterreus@nobco.nl.
Commissie begeleidingskunde
De commissie begeleidingskunde houdt zich bezig op het snijvlak van coaching en andere vormen van begeleidingskunde (zoals trainen, organisatiebegeleiding en hulpverlening). Daarmee brengen we kennis en inzichten van buiten naar binnen om coaches te helpen hun blik te verruimen en zich verder te ontwikkelen.
Bronvermelding: